Samengestelde gezinnen en erfrecht

Zoals iedereen weet, zijn er steeds meer samengestelde gezinnen. Dit kan erfrechtelijke gevolgen hebben die vaak niet worden voorzien. Een voorbeeld. Meneer X is gescheiden en heeft uit zijn huwelijk twee kinderen, Anne en Barbara. Hij krijgt een relatie met mevrouw Y, die ook gescheiden is en drie kinderen heeft, te weten Caspar, Dirk en Edward. Samen krijgen ze geen kinderen meer. In totaal zijn er nu vijf kinderen, twee van de man en drie van de vrouw. De man en de vrouw trouwen in gemeenschap van goederen. Financieel gaat het hun voor de wind en samen bouwen ze een vermogen op van € 600.000,-. Helaas wordt meneer na een aantal jaren ziek en komt hij te overlijden. De nalatenschap van meneer is de helft van de gemeenschap van goederen, m.a.w. € 300.000,-. Hij had nooit een testament gemaakt en dus is de wet van toepassing. Sinds 2003 kent de wet de ”wettelijke verdeling”. Deze langstlevende-regeling geldt automatisch als er iemand overlijdt die getrouwd was en kinderen had en geen testament had gemaakt. Ten gevolge hiervan zijn mevrouw en de kinderen van meneer (Anne en Barbara) tezamen de erfgenamen van meneer, ieder voor een/derde deel, met dien verstande dat de hele nalatenschap van meneer feitelijk eerst naar mevrouw gaat en dat de kinderen van meneer vooralsnog niets kunnen opeisen en niets ontvangen. Anne en Barbara hebben ieder een vordering op mevrouw van € 100.000,- (een/derde deel van de nalatenschap van hun vader) en kunnen dat bedrag pas opeisen na o.a.overlijden van mevrouw. Mevrouw heeft een sterk gestel en overleeft haar man enkele tientallen jaren. Zij kan zelfstandig blijven wonen...

Europese verklaringen van erfrecht samen in een register

Nederlandse notarissen kunnen Europese verklaringen van erfrecht vanaf vandaag inschrijven in een register. Het zogenoemde European Succession Certificate Register (ESCR) zorgt ervoor dat zij snel en gemakkelijk kunnen controleren of er een Europese erfrechtverklaring in het buitenland is afgegeven. Op 17 augustus 2015 is de Europese Erfrechtverordening in werking getreden. Hierdoor gaat het aanwijzen van de erfgenamen en afwikkeling van nalatenschappen in een groot aantal Europese landen op dezelfde manier. Om inzichtelijk te maken of iemand zo’n Europese verklaringen van erfrecht heeft, is besloten deze samen te brengen in een register. In het register worden gegevens geregistreerd van de erflater.  Koppeling met andere landen Elk deelnemend land krijgt zo’n register. Deze zijn aan elkaar gekoppeld via het Europese testamentenregister, ARERT. Het Nederlandse register is in beheer van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Ook Frankrijk en Luxemburg hebben er een. België volgt binnenkort. Wanneer andere deelnemende Europese landen hier mee klaar zijn, is nog niet bekend.  Geen verplichting Notarissen zijn niet verplicht de Europese verklaringen van erfrecht in het ESCR in te schrijven, maar een dergelijk register kan helpen om de betrouwbaarheid van Europese erfrechtverklaringen te vergroten. Voorlopig zijn geen kosten verbonden aan inschrijving en raadpleging van het ESCR. In juni 2017 gaat de KNB het gebruik van het register evalueren. Bron:...

Aangifte voor schenk- en erfrecht

Nu er steeds meer mensen over vermogen beschikken en de overheid vermogen ook steeds meer als af te romen draagkracht gaat zien en dus direct of indirect belast (bijvoorbeeld bij claim op AWBZ zorg, intra- of extra muraal), bestaat er meer animo om via schenkingen of op maat gesneden testamenten het vermogen binnen de familie te houden. Van belang hierbij is dat de fiscus deze transacties als zodanig herkend en oormerkt en dat u dus op een juiste en tijdige manier aangifte doet. Voor erfbelasting geldt nu een aangiftetermijn van 8 maanden na het overlijden, met dien verstande dat alleen indien u binnen 3 maanden aangifte doet, u rente op de aanslag kunt voorkomen (de belastingrente (thans 4%) gaat namelijk lopen 8 maanden na overlijden en tot maximaal 19 weken (circa 5 maanden) na ontvangst van de aangifte). Bij de schenkbelasting is de termijn 2 maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de schenking gedaan is. Indien u  nog niet alle gegevens heeft voor het doen van aangifte binnen 3 maanden na het overlijden, is het verstandig een voorlopige aangifte te doen, u voorkomt daarmee onnodige belastingrente. Indien bij schenkingen een beroep wordt gedaan op een verhoogde vrijstelling dan dient u daarvan melding te maken bij de aangifte (zie artikel 33 sub 5 Successiewet 1956). Voorts dient u als schenker toestemming te hebben van uw echtgenoot indien de schenking hoger dan gebruikelijk is (artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek). Schenking kunnen onderhands plaatsvinden echter: 1.    indien niet bij notariële akte: als schenker misbruik van omstandigheden stelt, rust op de begiftigde de bewijslast van het tegenovergestelde (artikel 7:176 Burgerlijk Wetboek); 2.    indien...

Geldleningen binnen de familie of tussen partners: let op verjaring

In veel families wordt onder elkaar geld geleend. Zo kunnen ouders hun kinderen geldlenen voor de aanschaf van een woning of voor iets anders. Ook komt het voor dat kinderen hun ouders geldlenen zodat zij hun huis niet hoeven te verkopen om een aangename oude dag te hebben. Veel varianten zijn denkbaar. Het probleem dat vaak over het hoofd wordt gezien is verjaring. De verjaringstermijn begint te lopen op de dag dat de schuld op zijn vroegst zou kunnen worden opgeëist. Als de schuld te allen tijde opeisbaar is, is dat dus op de dag dat de lening wordt verstrekt. Als vervolgens twintig jaar verstrijken zonder dat de lening is afgelost, is de schuld verjaard en hoeft deze niet meer te worden terugbetaald. Vrijwillig betalen mag uiteraard wel. Wellicht denkt een slimme lezer: he, dat biedt perspectief, ik leen geld uit aan mijn kinderen, direct opeisbaar en na twintig jaar is de schuld verjaard en is het geld definitief van de kinderen. Omdat het geen schenking is maar verjaring, hoeft geen schenkbelasting te worden betaald. Inderdaad, als sprake is van verjaring, is het geen schenking. Echter, als het van voor af aan niet de bedoeling was de lening op te eisen, was het geen lening, maar al meteen een schenking. Zo simpel is die truc dus niet. De problematiek van de verjaring speelt tussen ouders en kinderen in de praktijk misschien niet zo vaak (hoewel een pijnlijk geval uit de rechtspraak bekend is), tussen partners ligt dat heel anders. Stel voor dat twee samenwoners gezamenlijk een huis hebben gekocht. Een van de samenwoners heeft € 50.000 eigen geld ingebracht....

Profiteer van zo veel mogelijk vrijstelling bij schenkingen: let op het overgangsrecht

Misschien weet u het nog wel: eind 2013 werd een ‘tijdelijke’ schenkvrijstelling van € 100.000 ingevoerd. De vrijstelling werd ingevoerd als één van de instrumenten om de ‘kredietcrisis’ te bezweren. De schenking moest (grotendeels) gebruikt worden voor aankoop van een woning, voor een verbouwing of voor de aflossing van de hypotheek. De regeling liep af op 31 december 2014. De vrijstelling is zo goed bevallen, dat de overheid heeft beslist de vrijstelling van € 100.000 vanaf 1 januari 2017 definitief in de wet op te nemen. Die vrijstelling geldt niet alleen tussen ouders en kinderen, maar tussen iedereen: bijvoorbeeld een grootouder mag aan een kleinkind schenken, een broer aan een zus, een vriend aan een vriendin. Nieuw is ook dat de schenking over drie achtereenvolgende (!) jaren mag worden gespreid. Degene die het geld krijgt (of zijn partner) moet ten tijde van de schenking de leeftijd hebben tussen 18 en 40 jaar. Bij schenkingen aan kinderen gelden er vanaf 1 januari 2017 ingewikkelde overgangsregels waarmee je nu al rekening moet houden om te vermijden dat een schenkingsvrijstelling verloren gaat. Hieronder worden die overgangsregels kort uitgelegd. Steeds moet ook aan de ‘algemene eisen’ worden voldaan (bijv. dat het kind, of zijn partner, tussen de 18 en 40 jaar is).   a. Overgangsrecht bij schenkingen vóór 1 januari 2010   Als het kind: vóór 1 januari 2010 al een schenking heeft gekregen waarbij een beroep is gedaan op de ‘eenmalig verhoogde vrijstelling’ (zo tussen de € 20.000 en € 25.000); en tussen 1 januari 2010 en 31 december 2014 geen ‘inhaalvrijstelling’ heeft benut (van ongeveer € 27.000, waarbij het geld aan het huis moest worden...