Profiteer van zo veel mogelijk vrijstelling bij schenkingen: let op het overgangsrecht

Misschien weet u het nog wel: eind 2013 werd een ‘tijdelijke’ schenkvrijstelling van € 100.000 ingevoerd. De vrijstelling werd ingevoerd als één van de instrumenten om de ‘kredietcrisis’ te bezweren.

De schenking moest (grotendeels) gebruikt worden voor aankoop van een woning, voor een verbouwing of voor de aflossing van de hypotheek. De regeling liep af op 31 december 2014.

De vrijstelling is zo goed bevallen, dat de overheid heeft beslist de vrijstelling van € 100.000 vanaf 1 januari 2017 definitief in de wet op te nemen. Die vrijstelling geldt niet alleen tussen ouders en kinderen, maar tussen iedereen: bijvoorbeeld een grootouder mag aan een kleinkind schenken, een broer aan een zus, een vriend aan een vriendin. Nieuw is ook dat de schenking over drie achtereenvolgende (!) jaren mag worden gespreid. Degene die het geld krijgt (of zijn partner) moet ten tijde van de schenking de leeftijd hebben tussen 18 en 40 jaar.

Bij schenkingen aan kinderen gelden er vanaf 1 januari 2017 ingewikkelde overgangsregels waarmee je nu al rekening moet houden om te vermijden dat een schenkingsvrijstelling verloren gaat. Hieronder worden die overgangsregels kort uitgelegd. Steeds moet ook aan de ‘algemene eisen’ worden voldaan (bijv. dat het kind, of zijn partner, tussen de 18 en 40 jaar is).

 

a. Overgangsrecht bij schenkingen vóór 1 januari 2010  

Als het kind:

  • vóór 1 januari 2010 al een schenking heeft gekregen waarbij een beroep is gedaan op de ‘eenmalig verhoogde vrijstelling’ (zo tussen de € 20.000 en € 25.000); en
  • tussen 1 januari 2010 en 31 december 2014 geen ‘inhaalvrijstelling’ heeft benut (van ongeveer € 27.000, waarbij het geld aan het huis moest worden besteed),

kan dat kind na 1 januari 2017 voor ongeveer € 28.000 een beroep op de schenkingsvrijstelling doen als dat geld aan het huis wordt besteed.

Als het kind in 2015 of 2016 een beroep doet op de ‘inhaalvrijstelling’ (van ongeveer € 27.000, te besteden aan het huis), kan hij in 2017 nog recht hebben op een extra vrijstelling van ongeveer € 47.000 als dat geld wederom aan het huis wordt besteed. Deze extra vrijstelling kan alleen in 2017 en 2018 worden benut.

 

b. Overgangsrecht bij schenkingen tussen 1 januari 2010 en 31 december 2014

Als het kind tussen 1 januari 2010 en 31 december 2014 een schenking heeft gekregen waarbij een beroep is gedaan op de ‘eenmalig verhoogde vrijstelling’ (ongeacht voor welk bedrag), kan dit kind geen beroep meer doen op een verhoogde schenkingsvrijstelling! Ook niet als dat kind vóór eind 2013 bijvoorbeeld slechts een beroep heeft gedaan op de vrijstelling van toen maximaal ongeveer € 53.000. De overheid vindt dit rechtvaardig omdat het kind vanaf eind 2013 tot 31 december 2014 de gelegenheid heeft gehad om een aanvullende schenking tot € 100.000 te krijgen. Als dat niet is gebeurd, is dat zijn probleem, zo stelt de overheid. Mogelijk kunt u hier met een beroep op het gelijkheidsbeginsel nog tegen in beroep gaan, maar dat is nog geen uitgemaakte zaak.

 

c. Overgangsrecht bij schenkingen in 2015 en 2016

Als het kind tussen 1 januari 2015 en 31 december 2016 een schenking heeft gekregen waarbij een beroep is gedaan op de ‘eenmalig verhoogde vrijstelling’ (van maximaal ongeveer € 53.000), kan dit kind in 2017 of 2018 nog een extra schenkingsvrijstelling krijgen van ongeveer € 47.000 als dat geld aan het huis wordt besteed. Als een kind in 2016 graag een beroep wil doen op de ‘gewone’ vrijstelling van ongeveer € 25.000 (die niet per se aan het huis hoeft te worden besteed), kan het in 2017 of 2018 geen volledige aanvulling meer krijgen tot € 100.000. Dat kan voor sommigen een reden zijn om de ‘gewone’ schenking uit te stellen tot 2017 of verder (zodat je dan in één, twee of drie jaren tezamen € 100.000 geschonken kunt krijgen en dan nog steeds € 25.000 niet per se aan het huis hoeft te besteden).

Zo ziet u dat in bepaalde situaties moet worden geanticipeerd op het overgangsrecht. Vooral voor kinderen die nog recht hebben op de ‘inhaalvrijstelling’ van ongeveer € 27.000 kan het van belang zijn om nog vóór 1 januari 2017 hiervan gebruik te maken (zie punt a.).

Bron: Actuele artikelen